Welcome at the digital archive of

'The eggs and their caretakers' project.

All the content on this page is contributed or made possible by the caretakers.

Film made by Sid Dankers and Amel Omar.

Fenna Koot on her couch with one of the eggs.

Puck Kroon at her doorstep with one of the eggs

Nadia van Essen in her bed, the 'natural habitat' of one of the eggs

Lief ei,

 

Vandaag zijn ze me naar je toe komen brengen. Jouw schepster, samen met haar compagnon.

 

Door de huidige situatie waarin allen verkeren, de situatie waarin we een afstand tot elkaar moeten bewaren van minstens anderhalve meter, was het een nogal vreemde ontmoeting.

Jouw schepster stond op een verhoogde rand, met jou in haar armen. Ze legde je neer, zodat ik je kon pakken. Ik heb jouw schepster wel vaker gezien. Die andere keren knuffelden we elkaar zodra we elkaar ontmoetten, nu kon dat niet. Ze zou er ziek van kunnen worden, of ik, of we zouden iemand om ons heen ziek kunnen maken. Het zijn vreemde tijden, ei.

De mensen die ik graag dichtbij mij heb mogen niet dichtbij komen. We zijn een mogelijke bedreiging voor elkaar geworden. Je hoeft nu niet veel te doen om de dreiging te zijn voor degene die je liefhebt, alleen maar een stap te dichtbij iemand komen.

 

Zo, via jou was het toch alsof ik haar even aan kon raken. In het ongemak bood jij, ei, comfort. Daar stond ik dan, met jou in mijn armen. Op afstand kijkend naar je schepster en haar compagnon, die het hele gebeuren ook nog eens filmde, kon ik comfort vinden in jou. Door je formaat droeg ik je als een mensenbaby. Een mensenbaby in een vlinderachtige cocon.

 

Jou, gesmeden door mensenhanden, uit zachte, hele zachte stof.

 

Op afstand van de twee voelde het het doordat ik jou vasthad, alsof ik hen ook een beetje vasthad.

 

We zwaaiden naar elkaar, riepen nog wat dingen die ik liever zachter had gezegd, waarna we uit elkaar gingen.

 

Toen was het jij en ik, ei.

Op naar huis.

 

Terwijl ik thuis met jou wat onwennig op de bank zit moet ik denken aan wat ik een tijdje geleden las, over een van de menselijke fratsen, waarbij jonge aapjes apart van elkaar in kooien werden geplaatst zonder moeder.

 

Het ene deel van de groep jonge aapjes kreeg enkel water en eten, het andere deel kregen allen een eigen moeder. Echter ging het hier niet om een warmlijvige moeder met een kloppend hart die geluidjes maakt die alleen jij en zij begrijpt. Nee, deze versie van ‘moeder’ maakte geen geluid en was koud. Zacht was ze wel, van het stofje dat om haar metalen lichaam was gespannen.

 

In dit onderzoek werd uitgezocht hoe verschillend er werd gereageerd door de aapjes zonder moeder, en de aapjes met koude moeder. Het antwoord was niet heel origineel. Veel depressies, veel ziekten, veel dood.

 

Ik wil niet zeggen dat jij dat bent, ei, die koude moeder.

Ik denk dat jij veel meer bent dan dat, omdat ik mij in een hele andere situatie bevind dan de aapjes.

Ik heb namelijk een moeder waar ik ook in deze tijd waarin we elkaar niet kunnen knuffelen aan kan denken; ik weet dat wij elkaar weer zullen knuffelen, zodra dat weer kan, zodra we geen bedreiging meer zijn.

 

Ik heb het idee dat ik zoveel over mijzelf praat, ei. Ik wil het over jou hebben, over wat jij nodig hebt. Sorry. Maar het is toch nodig, denk ik. Om zorg voor je te kunnen dragen moet ik onze relatie onderzoeken.

 

Het voelt pathetisch om je als een kippenei, een duivenei, een struisvogelei, of een vogelbekdierei te verzorgen. Om tegen je te praten alsof er een levend wezen in het ei zit dat uit zal komen.

 

Jij bent gemaakt uit wol en stof, door een heel mooi mens. Haar handen, die ik nu niet aan kan raken, maakten jou. Dit klinkt nu haast als een liefdesbrief, maar ik ben niet verliefd op jouw schepster. Wel, ik moet zeggen dat ik voor alle mensen die ik flink waardeer een soort verliefdheid voel, zo ook voor jouw schepster. Toch is dat anders, het is liefde zonder gek te worden.  Het is liefde zonder veel verwachtingen. Een van de fijnste vormen.

 

Maar nu is het jij en ik, ei. Ik wil zorg voor je dragen, dat wil ik echt. Ik ga langzaam proberen uit te zoeken wat je nodig hebt. Vanavond slaap je bij mij, dat leek me logischer dan alleen op de bank.

A letter written by Marit Biemans on the first day her egg arrived

The egg from Amber van Rangelrooij at her couch together with one of her cats